De kwaliteit en vitaliteit van pootgoed wordt beïnvloed door onder andere de groeiomstandigheden, de plaats van groei en bewaring. In dit bericht zetten we de belangrijkste aandachtspunten rondom de bewaring van pootgoed op een rij.

Als pootgoed te koud is, kan deze niet worden gepoot. Het advies is dus daarom om het pootgoed bij ontvangst minimaal 7 tot 10 dagen te laten acclimatiseren en op temperatuur laten komen.

Om vocht en rot te voorkomen, is het belangrijk dat het pootgoed goed wordt belucht. Zet het ontvangen pootgoed droog neer, onder een overkapping of in een schuur en zorg ervoor dat er een goede (natuurlijke) luchtstroom langs de partij kan gaan.

Een ander belangrijk aandachtspunt is dat big bags met pootgoed voldoende ventilatiestroken nodig hebben. Als deze ontbreken, is het verstandig om het pootgoed over te storten in kisten. Ook is om deze reden tijdelijke opslag in kiepwagens niet aan te raden. Bovendien is het gebruik van kisten makkelijker indien de partij nog eens omgestort dient te worden. Bij voldoende natuurlijke trek wordt in de praktijk ook pootgoed los bewaard op de vloer. Let wel op dat hierbij de maximale storthoogte 1 meter is en controleer de temperatuur en kwaliteit dagelijks.

Als je bepaalde aardappelen vroeg wilt poten en oogsten maar deze koud in de schuur zitten, kun je een warmtestoot overwegen. Door de aardappelen enkele dagen op te warmen naar minimaal 12 graden, komt de aardappel los en zal deze na het poten sneller ontwikkelen. Als je voor deze methode kiest, poot dan pas als de kieming echt op gang komt.

Tot slot is het belangrijk dat de schuur, banden, kisten, ventilatoren en alle andere materialen waarmee het pootgoed in aanraking komt, vrij moeten zijn van CIPC.