Ziektebestrijding suikerbieten

De eerste aantasting van bladschimmels in suikerbieten zijn reeds waargenomen. Volg de berichten van de Bladschimmelwaarschuwingsdienst van de suikerindustrie. Controleer ook uw eigen gewas regelmatig. Voer bij het zien van de eerste vlekjes een bespuiting uit met één van onderstaande middelen:

Middel Werkzame stoffen Groep/klasse Dosering Max. Aantal bespuitingen Veiligheidstermijn
Opus Team epoxiconazool / fenpropimorf triazool / morpholine 1 ltr/ha 2 46 dagen
Retengo Plust  epoxiconazool / pyraclostrobin triazool / strobilurine 1 ltr/ha 1 28 dagen
Sphere trifloxystrobine /cyproconazool strobilurine / triazool 0,35 ltr/ha 2 21 dagen
Spyrale* difenoconazool / fenpropidin triazool / niet ingedeeld 1 ltr/ha 2 28 dagen
Difure solo difenoconazool triazool 0,5 ltr/ha 2 21 dagen

 

*let op de sterke driftbeperkende maatregelen voor Spyrale. (95 % dop en 30 cm boomhoogte met 0,5 meter teeltvrijezone of 90 % dop en 30 cm, met 1 meter teeltvrije zone)

Strobilurines hebben op Cercospora geen werking meer, de meeste Cercospora stammen zijn resistent. Bij het gebruik van strobilurines mag maximaal 50 % van de bespuitingen bestaan uit strobilurine bevattende middelen. Indien Retengo Plust toegepast is of nadien toegepast wordt mag er slechts 1 bespuiting van Sphere SC toegepast worden. Door de verminderde werking is het advies om een hulpstof als Adigor of Squall toe te voegen aan de bespuiting.

 Advies Cercospora:

  • T1 1 ltr/ha Opus Team
  • T2 1 ltr/ha Spyrale of 1 ltr/ha Retengo Plust + 0,25 ltr/ha Difure solo
  • T3 0,35 ltr/ha Sphere
  • T4 1 ltr/ha Spyrale

Voor een betere werking aan kan aan de bespuitingen 0,5 – 0,6 ltr/ha Adigor of 0,5 ltr/100 ltr water Squall.

 Controleer vanaf 2 weken na de bespuiting de percelen op nieuwe aantastingen. Voer op tijd een vervolgbespuiting uit. Afwisselen van de middelen en actieve stoffen geeft het beste resultaat.

Let op: In de teelt van voederbieten zijn Opus Team en Difure solo niet toegelaten.

Let op: Opus team, Difure solo en Spyrale mogen niet gebruikt worden in grondwaterbeschermingsgebieden.

Bladbemesting Suikerbieten

Gezonde bieten zijn minder gevoelig voor bladziektes zoals Cercospora en Stemphylium. Door de droogte van de afgelopen tijd is de opname van nutriënten moeilijk voor de bieten. Door het toevoegen van een bladmeststof aan de ziektebestrijding kunt u uw gewas vitaal en gezond houden.

Advies:

  • 3 ltr/ha Foliplus Supremo (voorheen Brassica) naast stikstof, kali en magnesium bevat Foliplus Supremo ook diverse sporenelementen zoals mangaan, borium en molybdeen.

Foliplus Brassica wordt eerst uitgeleverd, gaande het seizoen wordt deze vervangen door de Foliplus Supremo. Alleen de productnaam wijzigt, de samenstelling van het product blijft gelijk.

Gebrekziekten in (poot)aardappelen

Droogte en snelle groei kunnen gemakkelijk tot gebreksverschijnselen leiden. Aardappelen reageren snel op tekorten van (sporen)elementen en worden dan ook vatbaarder voor bijvoorbeeld Alternaria. Blijf uw gewas, zeker in deze periode, goed monitoren.

Mangaangebrek:

Mangaangebrek is op veel percelen een terugkerend probleem. De topbladeren worden eerst wat bleekgroen en vouwen zich wat samen (groeikoppen). Later verschijnen, vooral langs hoofdnerven, rijen van talrijke (zwarte) stippen. Mangaangebrek wordt meestal waargenomen op gronden met een hoge pH.

Mangaan wordt slecht herverdeeld in de plant, daarom is het belangrijk meerdere malen een bespuiting uit te voeren.

Advies:

  • 0,5- 1 ltr/ha Foliplus mangaannitraat

Magnesiumgebrek:

Bij magnesiumgebrek vertonen de bladeren van de onderste bladetages een lichtgroene kleur tussen de nerven. De bladranden blijven echter nog vrij lang groen. Het tussen de nerven gelegen bladweefsel vergeelt langzaam, terwijl necrotische vlekken aan weerszijden van de middennerf zichtbaar worden. Deze kunnen zich tot de rand van het blad uitstrekken. De bladeren worden bros en vallen vroegtijdig af.

Advies:

  • 2 – 3 l/ha Foliplus Magnesiumnitraat

Foliplus Mn+Mg:

Naast de genoemde enkelvoudige mangaan- en magnesium-bladmeststoffen is er ook een gecombineerd product: Foliplus Mangaan + Mg. Dit de gehaltes van dit product zijn afgestemd op de behoefte van aardappelen.

Advies:

  • 2,5 l/ha Foliplus Mangaan + Mg

Met deze dosering wordt er evenveel gegeven als met 0,5 l/ha Foliplus Mangaannitraat + 2 l/ha Foliplus Magnesiumnitraat.

Trips zaaiuien

De afgelopen tijd zijn in sommige percelen met zaaiuien de eerste trips waargenomen. Rond dit tijdstip komen de larven uit de eitjes. Batavia en Movento zijn selectief werkende middelen die, mits ze goed door de plant kunnen worden opgenomen, uitbreiding van trips tegen gaan. Wees voorzichtig met olie (Robbester) als toevoeging aan Batavia bij scherp groeizaam weer. Toevoeging van olie is nodig voor opname van Batavia, maar het kan bij een dunne waslaag bladverbranding veroorzaken.

Middel Dosering Max dosering per teelt Max. aantal toepassingen  

Interval (dagen)

 

Veiligheidstermijn

Movento 0,5 ltr/ha 1 ltr/ha 2 7 7 dagen
Batavia 0,75 ltr/ha 3 ltr/ha 4 14 7 dagen
Tracer 0,2 ltr/ha 0,8 ltr/ha 4 10 7 dagen


Advies preventief:

  • 0,4-0,75 ltr/ha Batavia + 1-2 ltr/ha Robbester
  • 0,5 ltr/ha Movento

 Advies contactwerking:

  • 0,2 ltr/ha Tracer

Gewasgroei uien stimuleren

Door de aanhoudende droogte hebben de uien het zwaar. Uien hebben een beperkt en ondiep wortelstelsel en kunnen hierdoor onder droge omstandigheden slecht vocht en nutriënten opnemen. Om de groei te stimuleren en het gewas vitaal te houden kunt u bladmeststoffen of aminozuren meespuiten tijdens de ziektebestrijding.

Advies:

  • 2-3 ltr/ha Foliplus Amino Nk, naast stikstof en kali bevat dit product ook magnesium en ijzer.
  • 5 kg/ha Poly-Feed Duetto, naast stikstof en kali bevat dit product diverse sporenelementen zoals mangaan, zink, borium, koper en molybdeen.

 Spuit deze producten mee met de ziektebestrijding, bij voorkeur in de avond voor een goede opname. Let op de mengvolgorde!