Herbicidenproef suikerbieten

Afgelopen voorjaar heeft Agriant een herbicidenproef in de suikerbieten uitgevoerd. Het proefveld lag in een perceel aan de Noordersloot in Erica. Het doel van deze proef was inzicht krijgen in de mogelijke schema’s die we kunnen inzetten wanneer de actieve stoffen Des- en Fenmedifam wegvallen voor de suikerbietenteelt. Deze actieve stoffen vormen tot op heden een belangrijke basis voor de onkruidbestrijding in suikerbieten. In de proef komen een aantal middelen te liggen die recent toegelaten zijn, of waarvan op korte termijn een toelating wordt verwacht.

Alle objecten zijn op eenzelfde datum gespoten, om de verschillen goed te kunnen vergelijken. Dit is geen praktijk, maar voor de proef wel waardevol.

Inmiddels is bekend dat de actieve stof Desmedifam niet verlengd wordt en dat we deze stof na dit jaar kwijt zijn. De uitververkooptermijn wordt eind 2019 verwacht en opgebruiktermijn medio 2020.

De toelating van de actieve stof Fenmedifam is verlengd en daardoor nog een aantal jaren toegelaten, daarna wordt deze actieve stof opnieuw beoordeeld.

Daarnaast is het middel ‘Tanaris’ toegelaten door het Ctgb op 27 juni jl. Dit middel bevat de actieve stoffen dimethenamid-P en quinmerac. De actieve stof dimethenamid-P kennen we als Frontier Optima, en de actieve stof quinmerac zit naast Metamitron in Goltix Queen.

De herbicide die nog niet is toegelaten maar wel is toegepast in deze proef noemen we in ons verslag ‘exp’.

Naast het grillige toelatingsbeleid en naderende aanvullende voorwaarden voor gebruik van gewasbeschermingsmiddelen ten aanzien van drift hebben we het proefveld gespoten met een toegelaten dop met nieuwe DRT eisen en toegestane druk. In één van de objecten is de olie (Robbester) vervangen door Squall, dit is een hechter, uitvloeier, anti-drift middel en zorgt voor een beter druppelspectrum.

Hieronder kunt u het proefveld schema bekijken:

In onderstaand verslag lichten we ieder object kort toe.

Object 1.

Dit is het onbehandelde object. De volgende onkruiden kwamen hier voornamelijk in voor: Melganzevoet, volgelmuur, perzikkruid en paarse dovenetel.

Object 2.

Dit object is de ‘standaard’ die in de praktijk veel toegepast wordt. Er is vier keer gespoten met de middelen Bettix, Astrix, Oblix en Robbester. In de praktijk wordt dit ook wel het ‘BOGT’ systeem genoemd.

In het veld zagen we duidelijk dat dit schema niet afdoende was tegen met name melganzevoet. Er is een behoorlijk aantal overgebleven.

Object 3.

In dit object ligt er een bodemherbicide vóór opkomst aan de basis. In het schema na opkomst is de Fenmedifam weggelaten en is het middel Tanaris, Safari en het exp. toegevoegd. Ook in dit object zien we dat er voornamelijk melganzevoet is overgebleven.

Object 4.

In dit object ligt er ook een bodemherbicide vóór opkomst aan de basis. Daarnaast is weer Fenmedifam weggelaten. In dit schema zijn de middelen Tanaris en Vivendi (lontrel) toegevoegd. Ook hier zien we dat er melganzevoet over blijft.

Object 5.

In dit object staat het middel Centium centraal. Dit middel is hier gebruikt vóór opkomst en na opkomst. Dit object is nagenoeg schoon, maar door de Centium krijgen de bieten witverkleuring.

Object 6.

In dit object is de hoeveelheid Bettix (goltix) de eerste twee keer verhoogd, in combinatie met een hogere dosering olie. De eerste twee bespuitingen is hier safari aan toegevoegd, daarna is de safari vervangen door Tanaris. Het schema is niet helemaal af op melganzevoet, maar komt duidelijk verder dan schema 1, 2, 3 en 4.

Object 7.

Dit object is vergelijkbaar met object 6, alleen de Robbester (olie) is vervangen door Squall (uitvloeier+hechter). Hier zien we dat dit schema niet onder doet aan object 6, terwijl Squall een andere werking heeft dan olie.